Peter dobbert door..... als decorstuk

0 1015
15 feb

Peter van de Heijdt schreef weer een column, dit keer vanuit Alkmaar. Veel leesplezier!

Peter dobbert door... als decorstuk.

Wie kent ze niet? Die foto's in reisgidsen van pittoreske haventjes in Griekenland of Italië met van die mooie oude vissersbootjes. Op de kade een paar oude mannetjes. En op de achtergrond 2 of drie hengelaars. Of die beroemde brug in Istanbul. Staan die vissers daar per ongeluk of zijn ze bewust naar die plek gegaan om als onbekende hengelaar te figureren?

Het is begin februari. Het heeft gevroren en er ligt wat ijs. Ik wil eigenlijk wel vissen, maar de meeste van mijn stekken liggen dicht. Een oud-collega, Ron, heeft net als ik een dagje vrij, en we besluiten op voorn te gaan in de binnenstad van Alkmaar. De auto geparkeerd aan de kanaalkade en met lichte bepakking de stad in. Vlakbij friethuis "de Vlaminck" vinden we een mooi bruggetje in de zon, met een relaxt bankje aan het water. Ons uitzicht is de Platte Stenen brug, het Waagplein en de Waagtoren. Hier gaan we zitten.

We peilen, ontwaren een fiets of winkelwagentje in de gracht en vissen daar netjes om heen. Met enige regelmaat gaat het dobbertje onder en wordt een voorn gehaakt. We vermaken ons best.
Voor het huis achter ons staat een man te roken. Beetje sjofel gekleed, ongeschoren en eigenlijk ook wel ongewassen. Hij informeert naar de vangsten. Een jong stel komt op het bankje naast ons zitten en duikt in de telefoon. Geen oog voor ons of voor elkaar, of de wereld om hun heen.


Een groep Spaanstalige, vermoedelijk Zuid-Amerikaanse uitwisselingsstudenten gaat Alkmaars culinair erfgoed halen bij de Vlaamsche frietboer. Er wordt druk gefotografeerd met de telefoons. Ron en ik zitten lekker te vissen als ik plots die beelden uit die reisgidsen voor me zie. Ergens in Chili of Bolivia gaat straks iemand de zojuist gemaakte foto's zien en ziet op de achtergrond de Waagtoren en 2 vissers. De ene heeft een vis aan de haak. En besluit dat zijn volgende reis naar Nederland gaat, om ook een vis te vangen op die geweldige hengellocatie. Ik moet lachen om de gedachte.

Ik ben hier voor de gemiddelde passant slechts een decorstuk in de coulissen van de stad. Een man die er vandaag niet toe doet. Die vrij is van zijn werk, of misschien wel geen werk heeft. Elke moeder die langs fietst of loopt moet aan de kleuter in het zitje of de wagen vertellen dat die mannen visjes gaan vangen. "Ja, visjes vangen hé, mama?" Op dit tijdstip op een mooie donderdagmiddag is de populatie mensen opgebouwd uit jonge moeders-met-kind, winkelende baby-boomers en mensen met een behoefte aan genotsmiddelen. De meest onschuldige is de Vlaamsche friet, dik bedekt met mayo en ketchup; de man achter ons rookt zijn derde zware shaggie, zijn metgezel komt met een blikje bier in de hand naar buiten om luidkeels te vragen of we ook wat vangen. Een punker loopt voorbij zonder op-of-omkijken. Niet veel later gevolgd door een walm wietdampen. Ik vermoed de punker, kijk op en zie een bevallige jonge dame in een roze jas flaneren, met de benen en de tred van een flamingo, sierlijk schuil gaand in een wolk rook afkomstig uit een joint die in de zelfde vergelijking van een flamingo prima als snavel zou kunnen dienen. De punker maakt een flesje water open en neemt een slok. Oké...

Ik maak een praatje met een man die met zijn vrouw mee moet winkelen. Hij wil eigenlijk wel blijven staan, of aanschuiven op ons bankje. Maar moeders de vrouw maant de man door te lopen. "Wacht nou, effe kijken, ze vangen net een mooie vis". Vrouw kijkt geërgerd, man bij het doorlopen ook. Er schiet een lied door mijn hoofd van De Dijk. Stadsblues met lyrische teksten.
"Wie lacht er niet, die de mensen ziet?"



Gerelateerde berichten
Facebook reacties